De Betekenis van Muziek: een kleine biografie

Muzikaal authentiek, creatief, ambitieus en ondernemend. Dwing je hem tot een keus tussen een nummer-1 hit en een belangrijke prijs, dan gaat hij voor dat laatste. Maar alleen onder dwang. Ondernemen is belangrijk en de ambities rijken ver. Maar veel belangrijker is het nog, om iets moois te maken, samen verder te komen, te gaan voor het creatieve proces.

Bernd van den Bos is pianist, bandleider en songwriter. Hij werkte gedurende zijn carrière eerder al samen met artiesten als Brigitte Kaandorp, Simone Kleinsma en Pia Douwes.

Dat hij talent had was al vroeg duidelijk, en het werd opgemerkt door Elly Zuiderveld van het duo Elly en Rikkert. In 1993 richtte zij kinderkoor De Vuurpijl op. Kort nadat Bernd zich op 11-jarige leeftijd samen met zijn zusje bij de eerste repetitie had gemeld mocht hij plaatsnemen achter de piano. Zijn eerste klus als muzikant. Van 1993 tot 1997 zou hij De Vuurpijl begeleiden. Ondertussen kreeg hij klassiek pianoles, maar was hij ook al geïnteresseerd in lichte muziek:

‘Ik had toen nog niet echt een uitgesproken ambitie, ik was meer een zwerver in verschillende stijlen. Ik had wel klassiek les, maar was met van alles bezig. Ik was altijd bezig met het ontdekken van nieuwe stijlen.’

De eerste songs kwamen niet veel later, met zijn vrienden in een oefenhok, voor projecten op school. Hij schreef liedjes voor supporters van de voetbalclub FC Twente die iedereen mee zou kunnen zingen als er gescoord werd, liedjes over de liefde, maar hij schreef ook over verlies. Maar hoe uiteenlopend de onderwerpen ook waren, Bernd merkte dat er iets gebeurde als hij zijn muziek liet horen. Dat het mensen raakte. Die unieke eigenschap van muziek om tot mensen door te dringen, dat leerde hij al snel. En het was duidelijk dat hij er mee verder wilde.

Op advies van een muziekleraar op de middelbare school besloot Bernd om klassieke muziek te gaan studeren. In 2004 verhuisde hij dan ook naar Utrecht om een opleiding te volgen aan het Utrechts Conservatorium. Hij kreeg onder meer les van Martyn van den Hoek, Bert van den Brink en Cor Bakker. Daar voelde hij zich aanvankelijk een vreemde eend in de bijt. Hij had weliswaar talent en deed niet onder voor zijn medeleerlingen, maar waar zij een grote interesse voor Mozart aan de dag legden, hield Bernd ook erg van voetbal. De crossover tussen oude en nieuw zou altijd kenmerkend blijven. De klassieke elementen zijn nog steeds terug te horen in zijn gebruik van harmonieën en toucher.

‘Ik was niet alleen bezig met Bach, maar ook met Ajax. Ik droeg een Ajax-shirt en sjaal en tijdens de lessen en vroeg of ik eerder weg mocht zodat ik naar het stadion kon. Eén van mijn docenten heeft me later verteld dat hij dat authentiek vond en het juist daarom wel kon waarderen.’

Het was die bredere oriëntatie die er uiteindelijk ook voor zorgde dat Bernd al tijdens zijn studie aan de slag ging bij Stage Entertainment, het entertainmentbedrijf van Joop van den Ende. Studeren was leuk, zeker, maar uiteindelijk moest het allemaal in de praktijk gebracht worden, en hoe eerder je daar mee begon, hoe beter. Het conservatorium gaf een blad uit voor studenten, waar Van den Ende een advertentie in had gezet. In de advertentie werd gevraagd om pianisten. Hij solliciteerde, mocht op auditie komen en werd aangenomen. Zijn eerste voorstelling was Crazy for you in 2004.

Werken bij Stage bood kansen, maar alleen als je die zelf ook greep. Spelen in de bak alleen was niet voldoende. Die wereld was te ver gescheiden van wat er op dat podium gebeurde, en daar waren de mensen met wie hij wilde werken. Die mogelijkheid kreeg hij door niet alleen te spelen in het orkest, maar door mee te draaien als pianist in het repetitieproces. Dat betekende dat je vanaf het allereerste begin betrokken was bij het instuderen van de muziek, alles enkel onder begeleiding van de piano.

En dat werkte. Joke de Kruijf, één van de hoofdrolspelers van Crazy for You, vroeg Bernd voor een schnabbel in het Krasnapolski, met Marco Bakker: ‘Dat vond ik enorm stoer. Het was natuurlijk een chique gebeuren, en ik moest een pak aan. Ik vond het te gek.’ Andere producties volgden snel, waardoor hij de mogelijkheid kreeg te werken met Chantal Janzen, Carlo Boszhard en Stanley Burleson.

Op het conservatorium was men daarentegen minder enthousiast over zijn keuze voor Stage:

‘Mijn docenten vonden dat verschrikkelijk. Martyn van den Hoek was als grote professor uit Wenen gekomen om les te geven in Utrecht. Ik was zijn eerste leerling. Toch zijn we naar elkaar toegegroeid.’

De belangrijkste eerste stap was gezet. Hij had nu een aantal musicalproducties gedaan. Daar had hij de mensen met wie hij wilde werken begeleid op piano en ze kenden nu zijn naam. Maar wat er nog ontbrak was een mogelijkheid om te spelen, niet in de orkestbak, maar samen met een artiest op het podium. Waarde toevoegen op het toneel zelf, en daar artiesten het veilige gevoel te geven dat ze nodig hebben om zo goed mogelijk te presteren.

Een mogelijkheid om dat voor de eerste keer te doen deed zich voor, maar niet bij Stage Entertainment. Die kans kreeg hij van de Vlaamse zangeres Evi de Jean. De setting van de voorstelling Overleven was weliswaar een stuk kleiner dan bij een productie van Stage, de persoonlijke verantwoordelijkheid was nu groter. In het collectief van het orkest kun je schuilen. Dat was er hier, met alleen een violist als begeleidend compagnon, niet bij. Een belangrijke stap. Bernd begeleidde Evi van 2007 tot 2009.

‘Ik ben op mijn best als ik de aanjager en het fundament van het collectief kan zijn. Ik probeer altijd iedereen zoveel mogelijk het gevoel te geven dat ze bij mij veilig zijn. Dat geldt zowel voor de artiesten waar ik mee werk, als voor collega- muzikanten. Ik vind dat misschien nog wel belangrijker dan de muziek zelf. Dingen leiden snel af. Te laat komen, slechte voorbereiding, er hoeft maar één dingetje te zijn waardoor je vertrouwen kan krenken. Ik kies bij projecten daarom eerder voor mensen die dat ook belangrijk vinden, dan voor een muzikale purist die voor onrust zou kunnen zorgen.’

De ontwikkeling van onopvallende pianist in het grotere collectief van een orkest, naar het persoonlijk begeleiden van artiesten op het podium zette zich door, en ook bij Stage viel dat op. In 2008 kreeg Bernd daarom de kans om muzikaal leider te worden van een grote productie. Hij vond het een eer, maar besloot uiteindelijk om het niet te doen. Dat bleek een goede zet. Een dag later werd hij gebeld. Het was de orkestmanager van Simone Kleinsma. Hij was op zoek naar een pianist. Bij alle shows daarna was Bernd de begeleidend pianist van Simone. Andere artiesten, zoals André van Duin, Paul de Leeuw, Pia Douwes en Brigitte Kaandorp, volgden in de jaren die zouden volgen.

Maar aan het begeleiden alleen, merkte Bernd, ontbrak iets. Zeker, voor de artiesten was het fijn. Hij kon ze precies geven wat ze op dat moment nodig hadden. Maar na verloop van tijd kwam hij er achter dat hij naast het begeleiden ook wilde creëren. Input geven bij de producties. En muziek schrijven misschien zelfs wel. Die oude behoefte was nog altijd aanwezig.

Dat leidde er uiteindelijk toe dat hij aan Simone Kleinsma vroeg of hij voor haar iets mocht schrijven, en dat vond ze een goed. Bernd ging aan de slag en schreef in 2016 het nummer Wonderlijk. Zijn eerste liedje in lange tijd. Het werd dat jaar genomineerd voor de Annie M.G. Schmidt prijs.

Met het schrijven is Bernd in zijn hoofd de hele dag bezig. Soms rolt het er gewoon uit. Dat was met Wonderlijk het geval. Maar er zijn ook momenten dat het niet meteen klopt, en er geschaafd en gesleuteld moet worden. Soms lijkt het wel alsof het schrijven beter gaat zonder piano of muziek in de buurt, gewoon door er over na te denken. Want als je achter de piano gaat zitten hebben je handen nu eenmaal snel de neiging om terug te gaan naar de vertrouwde posities.

‘Als je iets maakt is dat echt van jou. Als mensen daardoor geraakt worden overstijgt dat voor mij zelfs de waardering die mensen kunnen hebben voor je spel. Het maken van muziek is voor mij een manier om betekenis aan mijn leven te geven.’

Stopt hij in de toekomst dan met het begeleiden? Zeker niet. Het begeleiden is hem dierbaar. Spelen met artiesten en de magie die dat kan brengen is hem dierbaar. Maar dan in combinatie met het schrijven, dat in ieder geval. En vanuit diezelfde ondernemende geest en ambitie die hem gedurende zijn carrière als begeleidend pianist tot nu toe zo heeft gekenmerkt. Schrijven ook, voor verschillende en uiteenlopende groepen; zowel voor voetbalsupporters als theaterbezoekers. Zowel voor licht als voor klassiek. Eigenlijk zoals hij altijd al gedaan heeft.